Wanneer we niet met Dockerfiles werken, gebruiken we buildpacks om applicaties te deployen. Sommige applicaties zullen geen configuratie nodig hebben, maar andere vereisen gespecialiseerde commando’s en opties om ze draaiend te krijgen. Momenteel zijn er drie methoden om buildpack deployments te configureren.

Omgevingsvariabelen

Als je applicatie omgevingsvariabelen nodig heeft om ingesteld te worden, kun je dat in MyKinsta doen. Ga naar Omgevingsvariabelen voor meer informatie.

Processen definiëren in MyKinsta

Bij het inzetten van een toepassing zal Kinsta een standaard commando instellen voor sommige processen, zoals het web proces. Voor een Node.js toepassing zou dat npm start zijn. Je kunt je eigen commando’s definiëren op MyKinsta in de sectie Processen van je applicatie. Je ziet een voorbeeld hiervan in onze voorbeeld deployment.

Processen definiëren in een Procfile

Procfiles definiëren processen uit de code van je applicatie en moeten in je repository worden gecommit. Een Procfile bevat één proces per regel in het volgende format:

process_name: command

Om bijvoorbeeld een Laravel applicatie te draaien, zou je het volgende kunnen gebruiken:

web: php artisan serve --host 0.0.0.0 --port 8080

Als je een Procfile gebruikt, moet je een proces met de naam web definiëren om ervoor te zorgen dat de container webverzoeken zal afhandelen.