Bij Kinsta kan elk van je sites een testomgeving hebben. Testomgevingen worden eerst gekopieerd van je live site. Vervolgens kan je hierin wijzigingen in plugins of code testen, zonder dat dit de live site beïnvloedt.

Kinsta biedt de mogelijkheid om je WordPress testomgeving naar je live omgeving te pushen wanneer je tevreden bent met de wijzigingen die je hebt aangebracht en wilt dat ze worden toegepast op je live site. Nu, dankzij onze Selective Push feature heb je meer controle over wat je live wil pushen.

In het verleden was het pushen van je testomgeving naar je live omgeving een kwestie van alles of niets, waarbij de testomgeving de live site volledig overschreef tijdens de push. Met Selective Push kan je kiezen wat je wil pushen van je testomgeving naar je live omgeving. Meer specifiek kan je nu dit pushen:

  • alleen je bestanden,
  • alleen je database,
  • of beide.

Het pushen van je testomgeving naar live is in een paar klikken geregeld, maar lees alsjeblieft de onderstaande opmerkingen voordat je verder gaat. Ze bevatten essentiële informatie over het proces.

Belangrijke opmerkingen

  • We raden aan om de push-naar-live feature met zorg te gebruiken, deze uit te voeren wanneer je weinig verkeer hebt en een ontwikkelaar bij de hand hebt (voor het geval dat). Als je er geen een hebt, kan je overwegen er een in te huren.
  • We maken automatisch een backup, zodat je alles indien nodig kan terugdraaien. Opmerking: als je live site een e-commerce of andere dynamische en snel veranderende site is, kunnen er gegevens verloren gaan tussen het moment dat je push en het moment waarop de backup wordt hersteld.
  • Omgevingsinstellingen (omleidingen, geolocatie, PHP- en Nginx configuratie, enz.) zijn opgenomen in de push (zelfs als alleen Bestanden of Database is geselecteerd) en zullen de omgevingsinstellingen van de live site volledig overschrijven.
  • Zodra de push is voltooid, verwijder je alle ingebouwde cache van je thema of plugins, maak je de cache van je browser leeg en test je je site om er zeker van te zijn dat deze werkt zoals verwacht.
  • Als je bij het pushen van je database de optie Zoeken & Vervangen uitvoeren aanvinkt, wordt je testdomein automatisch vervangen door het domein van je live site.
  • Alle hardgecodeerde URL’s van je thema- of plugincode moeten worden bijgewerkt naar de URL van de live site.
  • Als wachtwoordbeveiliging (.htpasswd) actief is op je testomgeving, wordt dit niet overgedragen naar de live omgeving. Als je deze instelling op je live site nodig hebt, moet je deze inschakelen op de live site.
  • Controleer de testsite nogmaals en los eventuele fouten op voordat je doorgaat naar live.
  • Testsites zijn uitsluitend bedoeld voor ontwikkeling en testen. Ze zijn niet bedoeld om te worden gebruikt als live productiesites en er zullen dingen zijn die niet goed werken. Kinsta is niet verantwoordelijk als je probeert om een testomgeving als live site te gebruiken.
  • Naar live pushen heeft geen invloed op de testsite en deze blijft gescheiden van de live site. Nadat je het live hebt gepusht, kun je doorgaan met het ontwikkelen en testen van wijzigingen in de testsite zonder je live site te beïnvloeden, totdat je de wijzigingen naar live pusht.
  • Pushen naar live zal Kinsta CDN niet hinderen als het op je live site draait, maar we raden je aan om de CDN-cache na de push te wissen (Websites > sitenaam > Kinsta CDN > CDN-cache legen).
  • Ga voorzichtig om met push-to-live als je site een Multisite netwerk is. Afhankelijk van de opstelling van de Multisite kan het al dan niet werken om de database te pushen. Als je Selective Push gebruikt en de database of de database + bestanden pusht, wordt de volledige database-inhoud naar live gepusht en heeft dit invloed op alle sites (de hoofdsite en subsites) binnen je Multisite netwerk.

Zo push je je testomgeving naar live met Selective Push

Volg de onderstaande stappen om je WordPress testsite naar live te brengen. Met de workflow voor Selective Push kan je kiezen wat je van je testsite naar je live site wil pushen.

Stap 1

Log in op MyKinsta, klik op Websites en klik op de site die je wil pushen. Gebruik de Environment selector naast de sitenaam om je testomgeving, oftewel stagingomgeving, te selecteren.

Wijzig je WordPress testomgeving in MyKinsta.
Wijzig je WordPress testomgeving in MyKinsta.

Stap 2

Zodra je je in de testomgeving bevindt, klik je op het menu Omgevingsacties en selecteer je Naar live pushen in het vervolgkeuzemenu.

Push staging naar live in MyKinsta met Selective Push.
Push staging naar live in MyKinsta met Selective Push.

Step 3

In de popup Testomgeving naar live-omgeving pushen die nu verschijnt kies je nu op Files, Database of beide – afhankelijk van wat je naar live wil pushen.  Typ de sitenaam om te bevestigen en klik op de knop Naar de live-omgeving pushen.

Gebruik Selective Push om bestanden van test naar live te pushen.
Gebruik Selective Push om bestanden van test naar live te pushen.

Een paar zaken om in de gaten te houden:

  • De tijd die nodig is om het proces te voltooien, is afhankelijk van de grootte van je website.
  • MyKinsta laat je weten wanneer het proces is voltooid.
  • Je website zal een paar seconden downtime ervaren in de laatste fasen van het proces.
  • Omgevingsinstellingen (omleidingen, geolocatie, PHP- en Nginx configuratie, enz.) zijn opgenomen in de push (zelfs als alleen Bestanden of Database is geselecteerd) en zullen de omgevingsinstellingen van de live site volledig overschrijven.

Gebruiksscenario’s en voorbeeldworkflows

Hieronder hebben we een paar voorbeelden geschetst van wanneer je alleen bestanden, alleen de database of beide zou willen pushen. Houd rekening met het volgende bij het pushen van staging naar live:

  • Omgevingsinstellingen (omleidingen, geolocatie, PHP- en Nginx configuratie, enz.) zijn opgenomen in de push (zelfs als alleen Bestanden of Database is geselecteerd) en zullen de omgevingsinstellingen van de live site volledig overschrijven.

Alleen bestanden pushen

  • Wijzigingen die rechtstreeks zijn aangebracht in themabestanden, waaronder HTML, CSS of PHP, die geen gegevens in de database opslaan.
  • Een bestand uploaden dat niet in de WordPress mediabibliotheek hoeft te worden opgenomen.
  • Als je een custom plugin op je site hebt en wijzigingen aanbrengt in de bestanden die geen invloed hebben op de database (bewaart geen gegevens in de database of wijzigt deze niet).

Alleen database pushen

Opmerking: alle wijzigingen in de database van de live site sinds de testsite is gemaakt, gaan verloren, inclusief maar niet beperkt tot: opmerkingen, nieuwe inhoud, aankopen op e-commercesites, aanmeldingen op lidmaatschapssites en forumberichten.

  • Een nieuwe post of pagina maken of bewerken die geen geüploade media bevat (afbeelding, video of andere geüploade bestanden).
  • Layoutwijzigingen van een pagina of bericht die zijn gemaakt via een bouwplugin.
  • De titel of tagline van de site wijzigen.

Alles pushen

Opmerking: alle wijzigingen in de database van de live site sinds de testsite is gemaakt, gaan verloren, inclusief maar niet beperkt tot: opmerkingen, nieuwe inhoud, aankopen op e-commercesites, aanmeldingen op lidmaatschapssites en forumberichten.

  • Nieuwe content maken die geüploade media bevat (afbeelding, video, of andere geüploade bestanden).
  • Wijzigingen die aan je thema zijn aangebracht in zowel de Customizer als de themabestanden.
  • Het nieuwe of bijgewerkte versie van een plugin installeren en testen.

Veelgestelde vragen (FAQ)

V: Als ik een plugin test op de testomgeving en alleen de bestanden live push, zal het dan de bijbehorende databasetabellen voor de plugin maken?

Als je een plugin op je testsite installeert die nooit op de live site is geïnstalleerd, zal het pushen van alleen de bestanden van test naar live geen databasetabellen voor die plugin maken.

Dit betekent ook dat alle instellingen die je in de plugin hebt geconfigureerd, niet naar live worden gepusht (tenzij de instellingen worden opgeslagen in een bestand buiten de database, zoals bijvoorbeeld in een JSON bestand).

Afhankelijk van hoe de plugin is gecodeerd, kan het inschakelen (eerst uitschakelen indien nodig) van de plugin op de live site de databasestructuur creëren.

V: Als ik alleen de bestanden naar live push, betekent dit dan dat de oude database (in de testomgeving) de live omgeving niet zal overschrijven en alleen de bestanden zullen worden overschreven?

Ja, als je alleen de bestanden pusht, betekent dit dat de database op de live site ongewijzigd blijft en dat alleen bestanden op de live site worden overschreven.

V: Betekent dit dat ik kan werken aan designwijzigingen op mijn testsite en deze kan pushen zonder nieuwe abonnees of klanten op mijn live site te verliezen?

Ja, zolang jouw wijzigingen alleen in bestanden worden aangebracht (geen wijzigingen aangebracht in het WordPress dashboard – inclusief plugin-, thema- of customizer-instellingen), kan je deze veilig live zetten zonder de database te pushen. Wanneer je de wijzigingen pusht, selecteer je Bestanden en zorg je ervoor dat Database niet is geselecteerd.

V: Kan ik Selective Push gebruiken om de PHP versie van mijn site te wijzigen?

Je kunt de testomgeving gebruiken om een nieuwe PHP versie te testen en naar je live-omgeving te pushen, maar het is niet strikt noodzakelijk om van test naar live te pushen bij het updaten van je PHP versie. Hier is een kort overzicht van hoe je de PHP versie zou veranderen zonder van test naar live te gaan:

  1. Maak een testomgeving aan.
  2. Ga naar de testomgeving en verander de PHP versie van de testsite.
  3. Als alles op de testsite in orde is en werkt zoals verwacht (zorg ervoor dat je je site grondig test), verander dan de PHP versie op de live site.

V: Ik heb CSS wijzigingen aangebracht in het WordPress dashboard en bestanden gepusht. Waarom zie ik mijn wijzigingen niet, zelfs niet nadat ik de hele cache heb gewist?

Afhankelijk van het type wijziging dat is aangebracht en waar die informatie is opgeslagen, moet je mogelijk de database pushen of deze wijzigingen handmatig aanbrengen op de live site. Als je bijvoorbeeld CSS in een blok of widget in het WordPress dashboard hebt toegevoegd of bewerkt, wordt dat waarschijnlijk in de database opgeslagen.

Als je iets wijzigt in het WordPress dashboard, met uitzondering van wijzigingen die zijn aangebracht met de Thema Editor (Appearance > Theme Editor), wordt die informatie meestal opgeslagen in de database.

Opmerking: alle wijzigingen in de database van de live site sinds de testsite is gemaakt, gaan verloren, inclusief maar niet beperkt tot: opmerkingen, nieuwe inhoud, aankopen op e-commercesites, aanmeldingen op lidmaatschapssites en forumberichten. In dit geval raden we aan dezelfde wijzigingen handmatig op de live site aan te brengen in plaats van de database te pushen.

V: Hoe werkt Selective Push met een Multisite netwerk?

Als je Selective Push om alleen de bestanden te pushen, werkt het prima, ongeacht het type Multisite netwerk. Als je alleen de database of de database + bestanden pusht, kan het al dan niet werken, afhankelijk van hoe je Multisite is ingesteld:

  • Als het een subdirectory Multisite is (voorbeeld.com, voorbeeld.com/subsite1, voorbeeld.com/subsite2), werkt push-to-live zoals verwacht.
  • Als het een multisite is met een subdomein-opstelling (voorbeeld.nl, subsite1.voorbeeld.nl, subsite2.voorbeeld.nl) werkt deze ook prima – op voorwaarde dat de subsites geen HTTPS vereisen.
  • Als het een multisite is met domeinmapping (verschillende subsites op volledig verschillende domeinen, bijv. voorbeeld.nl, voorbeeld1.nl, voorbeeld2.nl) werkt deze niet tenzij je zelf een boel aanpassingen verricht.
    • Optie 1: Schakel domeinmapping uit en ga terug naar de standaardopstelling submap/subdomein. Voer handmatig een zoek-en-vervangopdracht uit in de database.
    • Optie 2: Stel testsubdomeinen in voor elk live-domein, voeg ze allemaal toe aan de testsite en voer een zoekopdracht uit en vervang ze handmatig in de database om elk domein bij te werken na het pushen van test naar live.