Omgevingsvariabelen zijn nuttig om je applicatie informatie te geven van buiten de applicatie. Ze worden typisch gebruikt om dingen in te stellen als gegevens over de verbinding met de database en API sleutels.

Environment variables for your application.
Omgevingsvariabelen voor je toepassing.

Omgevingsvariabelen toevoegen

Om omgevingsvariabelen toe te voegen ga je naar de Instellingen pagina van je toepassing, scroll je naar beneden naar het onderdeel Omgevingsvariabelen, en klik je op de knop Omgevingsvariabele toevoegen. Voeg de sleutel-waarde paren toe in het Omgevingsvariabelen toevoegen modal/popup venster.

Add an environment variable key-value pair.
Een omgevingsvariabele sleutel-waarde paar toevoegen.

Omgevingsvariabelen gebruiken

Hoe je omgevingsvariabelen gebruikt, hangt af van je toepassing. In Node, bijvoorbeeld, kun je een variabele met de naam API_KEY benaderen met process.env.API_KEY. In PHP zou je getenv('API_KEY') gebruiken .

Omgevingsvariabelen ingesteld door Kinsta

Kinsta stelt altijd PORT in als de poort die door de webserver gebruikt wordt. Als je wilt dat je applicatie met de webserver communiceert, moet je deze omgevingsvariabele gebruiken. In Node zou je bijvoorbeeld op deze manier een server starten:

app.listen(process.env.PORT, () => {
console.log("Weather server is up and running")
})